Ave Proconsul Donatus,
Vorige donderdag ving ik aan met de legionairstraining. Ik had immers mijn naam op de stenen tabletten aan de valven laten kerven nadat uw hoofdtribuun en enkele andere niet-nadergenoemde individuen me hadden weten te overtuigen een carrière in het Romeinse legger aan te vatten. U kent het wel, ik had zelf een beetje te veel gerstenat en goedkope Romeinse wijn uit Wilselium gedronken. Ik had een belofte gemaakt die ik niet meer kon terugdraaien en daarom begaf ik me dus vorige donderdag naar de Arena waar u mij en enkele andere ongelukkigen zou trainen. We zouden lid worden van de Historiaanse garde die als taak had meegekregen die vuile schurftige hoeren van Babylon te vernietigen. Gedurende de eerste minuten stond ik nog rustig achteraan het hele gebeuren een beetje te observeren, maar al snel besloot de hoofdtribuun (al denk ik niet dat hoofdtribuun een legitieme legioenterm is) me naar voren te roepen en zou ik gedurende de hele training naast de vexillarius moeten staan. U kwam op, we leerden hoe we u moesten begroeten en de training begon. Tijdens de eerste minuten verloor ik al een van mijn zes zintuigen doordat een andere tribuun hondenbrokken (of iets dergelijks) in mijn oor duwde, ik werd er, als het ware, een beetje hondsdoof van. U leerde ons het krijgslied van de Historiaanse garde aan en indoctrineerde ons met 8 geboden die we ten alle tijde moesten kunnen opzeggen. Gebod vier kreeg het meeste aandacht, hoe vreemd dat ook moge klinken.
We verlieten de Arena en begaven ons naar het Quadra Ladeuziensis alwaar u onze sluiptechnieken testte. Een van uw tribunen vond dat ik me niet zo goed kon camoufleren en besloot me in te smeren met vermorzelde hazelnootpasta. Hoewel dat voor 99 procent van de troep beter rook dan de hondenbrokken en de zalmpaté, moet ik u wel zeggen dat ik echt niet tegen de geur van hazelnoten kan. Maar ja, ik was camouflageklaar. De schone witte lakens die ik van mijn moeder had gekregen, het waren me Jove familiestukken, waren op dat moment verre van het tandpastaglimlachwit dat we zo vaak zien verschijnen bij marmeren standbeelden. Zelfs onze familieslaven hebben het er niet meer uitgekregen, maar meer daarover later. U vond het ook nodig onze lichamelijkheid te testen en liet ons per twee staan waarbij we op een zedenloze manier eieren moesten breken. U zal waarschijnlijk trots op me zijn als ik u zeg dat de andere het ei niet kapot heeft gekregen en ik het dan maar zelf weggesmeten heb. We mochten van u het Quadra Ladeuziensis verlaten en begaven ons naar het Quadra Hooveriensis. Daar aangekomen testte u ons op onze intellectuele kennis. Een antwoord als “Homeros was blind” op de vraag “Hoe beschreef Homeros de Trojaanse lucht in de eerste zinnen van de Ilias” leverde een serietje pompen op. Dat het antwoord brons was, bevestigde eigenlijk mijn antwoord. Zoiets kan alleen maar uit een blinde mens komen. Nu, ik dank u voor het goddelijke lichaam dat u me gegeven hebt door me te laten pompen.
U vond dat het wel eens tijd werd om uw nieuwe garde te testen in een kleine geënsceneerde veldslag met Babylonië en langs de Via Mentha begaven we ons naar de plaats waar het epische gevecht zou beginnen. Uitgezwaaid door de plaatselijke bevolking, op de tonen van het krijgslied, troffen we een lege Quadra Magna aan. Hadden de Babyloniërs al schrik? Of waren ze te laat? U warmde ons op, sprak ons toe en wij kregen zin in het gevecht. De vele omstanders maakten zich uit de voeten toen de Babylonische garde verscheen. Onder het alziend oog van de Securitas Scolastica Urbanae weerklonk trompetgeschal en trokken we ten aanval. Na enkele scherpe aanvallen, trok de Babylonische garde zich terug en werden ze gedwongen de Quadra Magna op te kuisen. U was trots op ons. We konden verder gaan met de training. Langs de Via Nominis trokken we naar de Quadra Non Universitate alwaar u onze groepsgeest probeerde te testen met een potje Pullus Frigidus. Ik weet niet of u het door had, maar de eerste goal werd door mij gemaakt. Trots? De voorlaatste oefening die we moesten doorstaan was een hindernissenparcours. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het daar even moeilijk had, niet door de fysieke oefeningen maar door het mentale geroep dat zich steeds focuste op één bepaalde eigenschap. Iets of wat gemakkelijkheidshalve? Of kwam die ene tribuun echt niet verder dan dat? Nu, ooit neem ik hem nog wel eens mee naar een plaats vol cinaedi, dat zal hem leren! Met uw toestemming natuurlijk, o waardige proconsul.
Het kaf was, volgens u, van het koren gescheiden en we mochten ons terug begeven naar de Arena, de laatste honderden meters weliswaar op handen en voeten. De training was nog niet gedaan. Aangekomen in de Arena liet u twee schone Romeinse virgines aantreden die mijn handen en armen moesten wassen opdat ik de eed der Historianen kon voorlezen. Uw scriba had wel iets duidelijker mogen schrijven. Maar het zat er bijna op. We waren bijna Historianen. Eindelijk. U gaf ons nog het bevel ons te gaan wassen zodat we proper op de proclamatie konden verschijnen.
Mijn beste proconsul Donatus, u bent een lichtend voorbeeld voor elke nieuwboren Historiaan. U was inspirerend. Ik hoop dat ik u trots heb gemaakt met al mijn enthousiasme en meegaandheid (hoewel ik soms ook wel gereageerd heb, maar kijk, dat maakt het alleen maar leuker voor u!).
Wanneer mag ik naar de tribuunschool?
Immer de uwe,
Jezus 2.0
Post Scriptum: Ik vond het echt echt echt leuk, en ben blij dat ik het nu pas gedaan heb.
Post Scriptum Secundum: Ik ben niets! Ik kan niets! Ik ben een domme schacht!
Post Scriptum Tertium: Gebod #4: Babylonschachten dienen enkel voor seksueel misbruik!