Een goed anderhalf jaar geleden reed ik zonder Fabian verder op de auostrade der liefde. Het was zomervakantie. De banden van de auto waren opgepompt, de oliemeterstand gecontroleerd en een groot (of was het een klein) onderhoud was net achter de rug. Ik reed met mijn wagen naar de keuring, maar geraakte er niet door. Ik miste twee kleine puntjes. Het werd tijd dat daar iets aan gedaan werd. Zodoende schakelde ik de hulp in van Jonas. Hij zorgde er voor dat de foutjes gecorrigeerd werden endat mijn auto net aan de vereisten om door de keuring te geraken voldeed. Jonas bleek een zomerliefde te zijn, als het al een liefde was. Het mondde uit in een mooie vriendschap.
Hetzelfde gebeurde die zomer eigenlijk met Kenneth. We hadden voor de eerste keer afgesproken op Marktrock. Die ene avond was het begin van een tweede zomerliefde. Zomerliefdes eindigen, zo zegt hun naam het zelf al, met de zomer. Sommigen zie je niet meer terug, anderen zoals Jonas sporadisch en nog anderen zoals Kenneth worden echte vrienden waar je altijd en overal kan op rekenen. Ik heb Kenneth nooit meegevraagd om mee te rijden op de autostrade. Het was niet de juiste timing. Maar misschien ooit, staan onze klokken wel gelijkgestemd en wordt het iets. Of misschien ook niet. Wie zal het zeggen.
Ik reed verder, een nieuw avontuur tegemoet, vol met nieuwe mensen. Een avontuur dat ons bracht naar de verste punten van de kempen ergens in de buurt van het land van Bobbejaan alwaar we drie dagen lang op een kleine ruimte werden samengegooid om elkaar te leren kennen, om een band op te bouwen. Daar ontmoette ik Johannes. Ik werd meteen aangetrokken door Johannes’ ogen. Ze straalden een dromerigheid uit die ik nog niet eerder had meegemaakt. Iedere nacht wachtte hij me op aan het andere eind van de regenboog. Enkele dagen na het avontuur waren we terug in de dagelijkse sleur van het universiteitsleven beland. Ondanks onze drukke agenda’s, wisten we tijd voor elkaar te maken en algauw was een eerste vluchtige kus iets wat ons de volgende maanden zou binden. Ik weet, lieve Johannes, dat je meer verdient dan een paar regels. Je was zeker ook meer. Ik weet dat je dat weet. Ik hoop dat je dat weet. Maar ik weet niet wat er me op een bepaald moment bezielde… Was de verliefdheid over? Had aantrekking plaatsgemaakt voor realisme? Was ik nog altijd niet klaar om me te binden? Wat ik wel weet is dat ik op het verkeerde moment je hart heb gebroken, of je alleszins ongelooflijk pijn heb gedaan. Het spijt me. Ik moest het doen, ik kon niet anders. Ik reed verder alleen, de autostrade op.
Sinds Johannes is er eigenlijk nauwelijks iets spannends gebeurd. Was ik op het punt gekomen dat de autostrade zich door een woestijn begaf? Ok, om eerlijk te zijn was er wel het korte gezelschap van Tobias dat me deugd deed, maar Tobias was een jongen van clichés. Ik was een vriend. Niets meer, niets minder. En hij had een oogje op iemand anders. Nog zo’n cliché. Achja, Tobias, ik betwijfel al je keuzes die je sindsdien hebt gemaakt, maar het zijn de jouwe. De internationale Mark, of was het Marc, inspireerde me tot een meer globaal en universeel denken. Er was ook nog Remi. Hem heb ik leren kennen aan een tankstation. We bleven maar babbelen, ik bleef maar babbelen. Remi was intelligent, knap en alles wat je maar wil en een ding dat je niet wil. Remi was een denker. Ik heb heel lang met hem daar staan babbelen, auto aan de kant, in de hoop dat hij wou meerijden. Wijselijk weigerde hij het aanbod. Eén enkele kus zal steeds de onze zijn, Remi. En er was BBB-Teis die me Flügelgewijs liet denken dat ik de hele wereld kon krijgen. Voor één avond, tot de volgende dag, of toch tot het moment dat ik op weg was naar kot. Ook jij verdient een melding, beste Teis. Onderwijs me in je zalige muziekstijl en laten we nog eens één pintje drinken. Vrienden?
En nu schrijven we januari 2012. Ik rij alleen. Ik voel dat ik klaar ben om met twee te rijden. Maar het hoeft niet per se. Het gezelschap achteraan is ondertussen uitgebreid. Het telt niet meer dezelfde personen met wie ik alles deel. Zij hebben zich moeten verzoenen met het feit dat er ongeveer 33 anderen ook plaatsgenomen hebben. Ik rij dus als het ware rond met een klein busje. Elk van die personen, en het algemene, neemt zijn tijd in beslag. En daarnaast is er ook nog de stage die ik volg tot geanimeerd gids tijdens educatieve groepsreizen die wel wat aandacht en inspanning vergt. Al hoop ik dit te doen onder het motto “minimale input, maximale output”. Wat geeft de toekomst? Ik weet het niet. Ik wacht vol spanning af wanneer die ene lifter aan de kant staat die zijn gordel vastmaakt en het aandurft met mij mee te rijden. En ondertussen, … ondertussen kijk ik rond.
Mijn excuses voor de late vermelding van Gerrit, Seppe en Tim die er ook wel waren. Slaapbuddy’s zijn echt leuk.